BWBR0029252
Geldig vanaf 2013-11-05
Artikel 36e
Regeling praktijkleren en Groene plus
1. De subsidie wordt in voorschotten voor respectievelijk de schooljaren 2011–2012, 2012–2013, 2013–2014 en 2014–2015 verstrekt.
2. De hoogte van het voorschot is gebaseerd op het aantal studenten dat op 1 oktober van het voorgaande jaar voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, als volgt:
i. 40–79: € 120.000,–;
ii. 80–139: € 200.000,–;
iii. 140–179: € 280.000,–;
iv. 180–219: € 320.000,–;
v. > 219: € 340.000,–.
3. Stoas Hogeschool meldt schriftelijk, vergezeld van een accountantsverklaring, voor de schooljaren 2012–2013 tot en met 2014–2015 uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het schooljaar, bedoeld in het eerste lid, het aantal studenten dat voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
4. Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt bepaald op basis van de prognose, gevoegd bij de subsidieaanvraag bedoeld in artikel 36d, van het aantal studenten, dat voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, op 1 oktober 2011.
5. De Minister geeft uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het desbetreffend schooljaar de hoogte van het voorschot aan.
6. Het voorschot per schooljaar wordt in twee gedeelten aan de subsidieontvanger betaald: in november een gedeelte van 5/12, in februari een gedeelte van 7/12 van het voorschot.
7. Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt in één keer verstrekt in het eerste kwartaal van 2012.
2. De hoogte van het voorschot is gebaseerd op het aantal studenten dat op 1 oktober van het voorgaande jaar voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, als volgt:
i. 40–79: € 120.000,–;
ii. 80–139: € 200.000,–;
iii. 140–179: € 280.000,–;
iv. 180–219: € 320.000,–;
v. > 219: € 340.000,–.
3. Stoas Hogeschool meldt schriftelijk, vergezeld van een accountantsverklaring, voor de schooljaren 2012–2013 tot en met 2014–2015 uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het schooljaar, bedoeld in het eerste lid, het aantal studenten dat voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
4. Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt bepaald op basis van de prognose, gevoegd bij de subsidieaanvraag bedoeld in artikel 36d, van het aantal studenten, dat voldoet aan de vereisten in artikel 36a, tweede lid, op 1 oktober 2011.
5. De Minister geeft uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het desbetreffend schooljaar de hoogte van het voorschot aan.
6. Het voorschot per schooljaar wordt in twee gedeelten aan de subsidieontvanger betaald: in november een gedeelte van 5/12, in februari een gedeelte van 7/12 van het voorschot.
7. Het voorschot voor het schooljaar 2011–2012 wordt in één keer verstrekt in het eerste kwartaal van 2012.