BWBR0028964
Geldig vanaf 2010-10-10
Artikel 8
Onderlinge regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen
1. Een lid van de commissie kan niet tevens zijn:
a. Gouverneur;
b. minister of staatssecretaris;
c. lid van de Staten of van een daarmee vergelijkbaar orgaan van Nederland;
d. lid van de Raad van Advies van een van de landen;
e. lid van de Raad van State van het Koninkrijk;
f. lid van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten;
g. lid van de Algemene Rekenkamer van een van de landen of van Nederland;
h. ombudsman of substituut-ombudsman van een van de landen of van Nederland;
i. ambtenaar bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf.
2. Een lid vervult ook overigens geen andere betrekking of nevenfunctie die overigens ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. Een lid meldt het voornemen tot het aanvaarden van een andere betrekking of nevenfunctie aan de commissie. De commissie informeert de ministers.
4. De commissie maakt de nevenfuncties van een lid openbaar. Openbaarmaking geschiedt bij zijn benoeming en voorts door jaarlijkse publicatie van een opgave van deze nevenfuncties in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en de Landscourant Sint Maarten.
a. Gouverneur;
b. minister of staatssecretaris;
c. lid van de Staten of van een daarmee vergelijkbaar orgaan van Nederland;
d. lid van de Raad van Advies van een van de landen;
e. lid van de Raad van State van het Koninkrijk;
f. lid van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten;
g. lid van de Algemene Rekenkamer van een van de landen of van Nederland;
h. ombudsman of substituut-ombudsman van een van de landen of van Nederland;
i. ambtenaar bij een ministerie of een daaronder ressorterende instelling, dienst of bedrijf.
2. Een lid vervult ook overigens geen andere betrekking of nevenfunctie die overigens ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of de handhaving van zijn onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
3. Een lid meldt het voornemen tot het aanvaarden van een andere betrekking of nevenfunctie aan de commissie. De commissie informeert de ministers.
4. De commissie maakt de nevenfuncties van een lid openbaar. Openbaarmaking geschiedt bij zijn benoeming en voorts door jaarlijkse publicatie van een opgave van deze nevenfuncties in de Staatscourant, de Curaçaosche Courant en de Landscourant Sint Maarten.