BWBR0028964
Geldig vanaf 2010-10-10
Artikel 14
Onderlinge regeling vereffening boedel Nederlandse Antillen
1. Als de ministers niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, of artikel 5, tweede lid, overeenstemming kunnen bereiken over het te nemen besluit, wordt dat geschil voorgelegd aan een ter zake van de beslechting van dat geschil in te stellen arbitragecommissie. Het advies van de arbitragecommissie is bindend.
2. De arbitragecommissie is als volgt samengesteld:
a. een lid namens Curaçao, aangewezen door de Minister van Financiën van Curaçao;
b. een lid namens Sint Maarten, aangewezen door de Minister van Financiën van Sint Maarten;
c. een lid namens Nederland, aangewezen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland;
d. een voorzitter, in onderlinge overeenstemming aangewezen door de leden, bedoeld onder a tot en met c.
3. De voorzitter heeft stemrecht. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter.
4. De voorzitter en de leden kunnen niet tevens lid zijn van de vereffeningscommissie.
5. De artikelen 10, derde en vierde lid, en 11 tot en met 13zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De arbitragecommissie is als volgt samengesteld:
a. een lid namens Curaçao, aangewezen door de Minister van Financiën van Curaçao;
b. een lid namens Sint Maarten, aangewezen door de Minister van Financiën van Sint Maarten;
c. een lid namens Nederland, aangewezen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van Nederland;
d. een voorzitter, in onderlinge overeenstemming aangewezen door de leden, bedoeld onder a tot en met c.
3. De voorzitter heeft stemrecht. Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter.
4. De voorzitter en de leden kunnen niet tevens lid zijn van de vereffeningscommissie.
5. De artikelen 10, derde en vierde lid, en 11 tot en met 13zijn van overeenkomstige toepassing.