BWBR0028905
Geldig vanaf 31-10-2010
Artikel 5:1
Regeling hybride instrumenten banken en andere financiële ondernemingen (exclusief verzekeraars) Wft 2010
1. Instrumenten die schriftelijk door DNB als innovatief tier 1 kapitaal respectievelijk als lager aanvullend kapitaal zijn aangemerkt op grond van de onderdelen 4003-02, 4003-04.1, 4003-04.6, 4003-05.3 tot en met 4003-06.4 en bijlage 4003-b1 van het Handboek Wtk van DNB, kwalificeren van rechtswege als hybride instrumenten als bedoeld in deze regeling.
2. Instrumenten die schriftelijk door DNB als innovatieve financiële instrumenten zijn aangemerkt op grond van de Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa (Stcrt. 2007, 1; welke is vervallen met ingang van 31 december 2007, Stcrt. 2007, 247), kwalificeren van rechtswege als hybride instrumenten als bedoeld in deze regeling.
3. Instrumenten die schriftelijk door DNB als hybride instrumenten zijn aangemerkt op grond van de Regeling gelijkstelling hybride instrumenten met eigenvermogensbestanddelen (Stcrt. 2007, 247), kwalificeren van rechtswege als hybride instrumenten als bedoeld in deze regeling.
2. Instrumenten die schriftelijk door DNB als innovatieve financiële instrumenten zijn aangemerkt op grond van de Regeling innovatieve financiële instrumenten en immateriële activa (Stcrt. 2007, 1; welke is vervallen met ingang van 31 december 2007, Stcrt. 2007, 247), kwalificeren van rechtswege als hybride instrumenten als bedoeld in deze regeling.
3. Instrumenten die schriftelijk door DNB als hybride instrumenten zijn aangemerkt op grond van de Regeling gelijkstelling hybride instrumenten met eigenvermogensbestanddelen (Stcrt. 2007, 247), kwalificeren van rechtswege als hybride instrumenten als bedoeld in deze regeling.
- Citeren als
- Art. 5:1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028905
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl