Artikel 1:1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Besluit:Besluit prudentiële regels Wft;
b. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. financiële onderneming: een financiële onderneming als bedoeld in artikel 90 van het Besluit;
d. hybride instrument: een financieel instrument dat vanwege zijn kenmerken kan worden gelijkgesteld met een vermogensbestanddeel, als bedoeld in artikel 89, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit, in samenhang met de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit;
e. directe uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een financiële onderneming die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen; en
f. indirecte uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een andere entiteit dan een financiële onderneming die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen, mits die financiële onderneming en de uitgevende entiteit onderdeel zijn van dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. Besluit:Besluit prudentiële regels Wft;
b. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;
c. financiële onderneming: een financiële onderneming als bedoeld in artikel 90 van het Besluit;
d. hybride instrument: een financieel instrument dat vanwege zijn kenmerken kan worden gelijkgesteld met een vermogensbestanddeel, als bedoeld in artikel 89, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit, in samenhang met de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit;
e. directe uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een financiële onderneming die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen; en
f. indirecte uitgifte: de uitgifte van een hybride instrument door een andere entiteit dan een financiële onderneming die dat hybride instrument als een van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 90 tot en met 94 van het Besluit, in aanmerking neemt of zal nemen, mits die financiële onderneming en de uitgevende entiteit onderdeel zijn van dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.