BWBR0028899
Geldig vanaf 2010-11-01
Artikel 6
Wet griffierechten burgerlijke zaken
1. Van een derde die overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/118" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 118 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>als partij in het geding wordt opgeroepen en naar aanleiding daarvan verschijnt, wordt een bedrag aan griffierecht geheven gelijk aan dat van een gedaagde in de oorspronkelijke zaak op basis van de tabel die als bijlagebij deze wet is gevoegd.
2. De derde, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
2. De derde, bedoeld in het eerste lid, is het griffierecht verschuldigd vanaf zijn verschijning in het geding en zorgt dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.