BWBR0028899
Geldig vanaf 2010-11-01
Artikel 19
Wet griffierechten burgerlijke zaken
1. Voor de opening van een gerechtelijke rangregeling buiten faillissement en de benoeming van een rechter-commissaris als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/481" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 481, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/552" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">552, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/584f" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">584f, tweede lid</a>en <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/776" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">776 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>wordt van de verzoeker een griffierecht geheven van € 475. De artikelen 3, vierde lid, en 16zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In het geval van verwijzing ingevolge tegenspraak wordt griffierecht geheven overeenkomstig artikel 3, eerste lid. Partijen zijn het griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde zitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
2. In het geval van verwijzing ingevolge tegenspraak wordt griffierecht geheven overeenkomstig artikel 3, eerste lid. Partijen zijn het griffierecht verschuldigd vanaf hun verschijning op de bepaalde zitting en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.