BWBR0028899
Geldig vanaf 2010-11-01
Artikel 14
Wet griffierechten burgerlijke zaken
1. Indien de eis strekt tot veroordeling tot schadevergoeding op te maken bij staat, maar de rechter in het vonnis of het arrest overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005289/artikel/97" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 97 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek</a>de schade heeft begroot, wordt alsnog het griffierecht geheven dat partijen verschuldigd zouden zijn geweest, indien de eis in de dagvaarding had gestrekt tot betaling van een bepaalde geldsom ten belope van de begrote schade. Het reeds voldane griffierecht wordt hierop in mindering gebracht.
2. Partijen zijn het nader vastgestelde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de rechter het vonnis of het arrest, bedoeld in het eerste lid, heeft gewezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.
2. Partijen zijn het nader vastgestelde griffierecht verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de rechter het vonnis of het arrest, bedoeld in het eerste lid, heeft gewezen en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie is gestort.