BWBR0028862
Geldig vanaf 2010-10-19
Artikel 6
Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS
1. Een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bestaat ten hoogste uit twee pagina’s van A4-formaat met een lettergrootte negen of tien en volgt het modelformulier dat op www.agentschapnl.nl/klimaatneutralesteden staat.
2. Een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevat in ieder geval:
a. de naam van de aanvrager;
b. de naam en het adres van de contactpersoon;
c. de titel van het proefproject;
d. een korte omschrijving van de inhoud, het doel en resultaat van het proefproject;
e. de gewenste hoogte van de uitkering;
f. de verwachte begin- en einddatum van het project;
g. een motivering waarom het project past in de plannen van de aanvrager om een klimaatneutrale stad te zijn, en
h. een globale begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject.
3. Uit een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:
a. wie de samenwerkingspartners zijn;
b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan het proefproject;
c. hoe elders in Nederland gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring;
d. voor zover wordt samengewerkt met een deelgemeente, hoe binnen het grondgebied van de gemeente gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring, en
e. dat het proefproject gericht is op: 1°. ‘innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen’;
2°. ‘het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen’, en
3°. ‘het combineren van ideeën en thema’s uit de Innovatieagenda’.
1°. ‘innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen’;
2°. ‘het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen’, en
3°. ‘het combineren van ideeën en thema’s uit de Innovatieagenda’.
2. Een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bevat in ieder geval:
a. de naam van de aanvrager;
b. de naam en het adres van de contactpersoon;
c. de titel van het proefproject;
d. een korte omschrijving van de inhoud, het doel en resultaat van het proefproject;
e. de gewenste hoogte van de uitkering;
f. de verwachte begin- en einddatum van het project;
g. een motivering waarom het project past in de plannen van de aanvrager om een klimaatneutrale stad te zijn, en
h. een globale begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject.
3. Uit een projectvoorstel als bedoeld in artikel 5, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:
a. wie de samenwerkingspartners zijn;
b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan het proefproject;
c. hoe elders in Nederland gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring;
d. voor zover wordt samengewerkt met een deelgemeente, hoe binnen het grondgebied van de gemeente gebruik kan worden gemaakt van de met het project opgedane kennis en ervaring, en
e. dat het proefproject gericht is op: 1°. ‘innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen’;
2°. ‘het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen’, en
3°. ‘het combineren van ideeën en thema’s uit de Innovatieagenda’.
1°. ‘innovatie op het gebied van organisatie- en samenwerkingsvormen’;
2°. ‘het creëren van draagvlak bij burgers en lokale partijen’, en
3°. ‘het combineren van ideeën en thema’s uit de Innovatieagenda’.