BWBR0028862
Geldig vanaf 2010-10-19
Artikel 5
Regeling eenmalige uitkering planstudies en proefprojecten IKS
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt ingediend bij Agentschap NL.
2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan enkel worden ingediend door een gemeente die voor 19 april 2010 een projectvoorstel heeft ingediend, dat:
a. positief is beoordeeld op grond van artikel 7, en,
b. na rangschikking op grond van artikel 8 tot één van de acht hoogst gerangschikte projectvoorstellen behoort.
3. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, bevat in ieder geval:
a. de naam van de aanvrager;
b. de naam en het adres van de contactpersoon;
c. de datum van de aanvraag;
d. een beschrijving, de doelstelling en de verwachte resultaten van het proefproject;
e. de verwachte begin- en einddatum van het proefproject;
f. een uitgewerkte begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject;
g. de gewenste hoogte van de uitkering;
h. een kopie van het raadsbesluit waaruit blijkt dat de aanvrager streeft naar een klimaatneutrale stad in 2050 of andere documenten waaruit dit streven blijkt, met in ieder geval een document waaruit de langetermijnvisie van de aanvrager blijkt;
i. een motivering van het innovatieve karakter van het proefproject, en
j. overige relevante informatie.
4. Uit een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:
a. wie de samenwerkingspartners zijn;
b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en van de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan de uitvoering van het proefproject;
c. dat, indien een uitkering wordt verleend, in ieder geval 5 procent van de uitkering benut wordt voor interne en externe kennisoverdracht en dat hierover afstemming met Agentschap NL zal plaatsvinden, en
d. hoe over de resultaten van het proefproject wordt gecommuniceerd.
2. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan enkel worden ingediend door een gemeente die voor 19 april 2010 een projectvoorstel heeft ingediend, dat:
a. positief is beoordeeld op grond van artikel 7, en,
b. na rangschikking op grond van artikel 8 tot één van de acht hoogst gerangschikte projectvoorstellen behoort.
3. Een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, bevat in ieder geval:
a. de naam van de aanvrager;
b. de naam en het adres van de contactpersoon;
c. de datum van de aanvraag;
d. een beschrijving, de doelstelling en de verwachte resultaten van het proefproject;
e. de verwachte begin- en einddatum van het proefproject;
f. een uitgewerkte begroting van de proces- en begeleidingskosten van het proefproject;
g. de gewenste hoogte van de uitkering;
h. een kopie van het raadsbesluit waaruit blijkt dat de aanvrager streeft naar een klimaatneutrale stad in 2050 of andere documenten waaruit dit streven blijkt, met in ieder geval een document waaruit de langetermijnvisie van de aanvrager blijkt;
i. een motivering van het innovatieve karakter van het proefproject, en
j. overige relevante informatie.
4. Uit een aanvraag als bedoeld in artikel 3, tweede lid, blijkt verder in ieder geval:
a. wie de samenwerkingspartners zijn;
b. wat de geldelijke bijdrage van de gemeente en van de afzonderlijke samenwerkingspartners is aan de uitvoering van het proefproject;
c. dat, indien een uitkering wordt verleend, in ieder geval 5 procent van de uitkering benut wordt voor interne en externe kennisoverdracht en dat hierover afstemming met Agentschap NL zal plaatsvinden, en
d. hoe over de resultaten van het proefproject wordt gecommuniceerd.