BWBR0028608
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 15
Regeling integriteit financiële markten BES
1. Een instelling draagt zorg voor een integriteitsbewuste bedrijfscultuur, geïntegreerd in de bedrijfsvoering en gebaseerd op een systematische analyse van integriteitsrisico's. Zij legt haar intenties ter zake vast in een openbare verklaring.
2. Een instelling legt schriftelijk haar beleid vast met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, en informeert haar cliënten over de doelstellingen van de in deze paragraaf gestelde regels, de Sanctiewet 1977 en de met betrekking tot het financieel verkeer op grond van die wet gestelde regels, en de bij of krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening BES en de Wet melding ongebruikelijke transacties BES gestelde regels.
3. Een instelling wijst ten minste één functionaris op managementniveau aan die op onafhankelijke en effectieve wijze de naleving controleert van op grond van wettelijke voorschriften op die instelling rustende verplichtingen met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf en van interne regels ter zake die de instelling zelf heeft opgesteld alsmede van de regels bedoeld in het tweede lid. De functionaris kan binnen korte tijd beschikken over transactiegegevens, alsmede over gegevens die de instelling heeft vastgelegd ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 of de Wet identificatie bij dienstverlening BES en andere voor zijn taak relevante gegevens. Een instelling beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de functionaris. Een instelling beoordeelt periodiek de interne controlesystemen op hun effectiviteit en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij.
4. Een instelling waarborgt dat kennis die wordt opgedaan bij de uitvoering van het derde lid en de resultaten van maatregelen genomen naar aanleiding van de controle bedoeld in dat lid binnen haar organisatie beschikbaar blijven.
2. Een instelling legt schriftelijk haar beleid vast met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid, eerste volzin, en informeert haar cliënten over de doelstellingen van de in deze paragraaf gestelde regels, de Sanctiewet 1977 en de met betrekking tot het financieel verkeer op grond van die wet gestelde regels, en de bij of krachtens de Wet identificatie bij dienstverlening BES en de Wet melding ongebruikelijke transacties BES gestelde regels.
3. Een instelling wijst ten minste één functionaris op managementniveau aan die op onafhankelijke en effectieve wijze de naleving controleert van op grond van wettelijke voorschriften op die instelling rustende verplichtingen met betrekking tot de integere uitoefening van het bedrijf en van interne regels ter zake die de instelling zelf heeft opgesteld alsmede van de regels bedoeld in het tweede lid. De functionaris kan binnen korte tijd beschikken over transactiegegevens, alsmede over gegevens die de instelling heeft vastgelegd ingevolge de hoofdstukken 3, 4 en 5 of de Wet identificatie bij dienstverlening BES en andere voor zijn taak relevante gegevens. Een instelling beschikt over procedures die erin voorzien dat gesignaleerde tekortkomingen of gebreken worden gerapporteerd aan de functionaris. Een instelling beoordeelt periodiek de interne controlesystemen op hun effectiviteit en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij.
4. Een instelling waarborgt dat kennis die wordt opgedaan bij de uitvoering van het derde lid en de resultaten van maatregelen genomen naar aanleiding van de controle bedoeld in dat lid binnen haar organisatie beschikbaar blijven.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028608
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl