BWBR0028608
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 4
Regeling integriteit financiële markten BES
1. De toezichtautoriteit stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3, eerste lid, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
2. De toezichtautoriteit neemt bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in aanmerking:
a. de in de onderdelen 1 en 2 van Bijlage A genoemde strafrechtelijke antecedenten;
b. de in onderdeel 3 van Bijlage A genoemde financiële antecedenten;
c. de in onderdeel 4 van Bijlage A genoemde toezichtantecedenten;
d. de in onderdeel 5 van Bijlage A genoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
e. de in onderdeel 6 van Bijlage A genoemde overige antecedenten.
3. In geval de betreffende instelling haar zetel in een openbaar lichaam heeft, neemt de toezichtautoriteit bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, voorts in aanmerking de in onderdeel 7 van Bijlage A genoemde zakelijk financiële antecedenten.
2. De toezichtautoriteit neemt bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, in ieder geval in aanmerking:
a. de in de onderdelen 1 en 2 van Bijlage A genoemde strafrechtelijke antecedenten;
b. de in onderdeel 3 van Bijlage A genoemde financiële antecedenten;
c. de in onderdeel 4 van Bijlage A genoemde toezichtantecedenten;
d. de in onderdeel 5 van Bijlage A genoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
e. de in onderdeel 6 van Bijlage A genoemde overige antecedenten.
3. In geval de betreffende instelling haar zetel in een openbaar lichaam heeft, neemt de toezichtautoriteit bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, voorts in aanmerking de in onderdeel 7 van Bijlage A genoemde zakelijk financiële antecedenten.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028608
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl