BWBR0028608
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 17
Regeling integriteit financiële markten BES
1. Een instelling houdt een overzicht bij van de integriteitsgevoelige functies in haar onderneming, en van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden behorende bij elk van die functies.
2. Een instelling maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
3. Een instelling draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
4. Een instelling maakt voortdurend een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die benoemd zijn of werkzaamheden verrichten in een integriteitsgevoelige functie.
5. Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij voldoet aan het tweede tot en met het vierde lid. De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van die leden en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door de instelling schriftelijk vastgelegd.
6. De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop een instelling de betrouwbaarheid beoordeelt van personen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en de vastlegging van gegevens ingevolge het vijfde lid.
2. Een instelling maakt een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die zij wil benoemen in een integriteitsgevoelige functie.
3. Een instelling draagt zorg voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die, anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in een integriteitgevoelige functie verrichten.
4. Een instelling maakt voortdurend een onderbouwde beoordeling van de betrouwbaarheid van personen die benoemd zijn of werkzaamheden verrichten in een integriteitsgevoelige functie.
5. Een instelling beschikt over procedures en maatregelen die waarborgen dat zij voldoet aan het tweede tot en met het vierde lid. De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van die leden en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door de instelling schriftelijk vastgelegd.
6. De toezichtautoriteit kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop een instelling de betrouwbaarheid beoordeelt van personen als bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid en de vastlegging van gegevens ingevolge het vijfde lid.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028608
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl