BWBR0028599
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 9.3
Besluit toelating en uitzetting BES
Onze Minister kan regels stellen over de rechten die vreemdelingen ontlenen aan de volgende verdragen:
a. het Vluchtelingenverdrag (Trb. 1954, 88);
b. het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Trb. 1955, 42);
c. het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40);
d. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen (1975) (Trb. 1975, 133);
e. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35).
a. het Vluchtelingenverdrag (Trb. 1954, 88);
b. het Verdrag betreffende de status van staatlozen (Trb. 1955, 42);
c. het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag (Trb. 1956, 40);
d. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen (1975) (Trb. 1975, 133);
e. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen met bijlage en protocol inzake verkregen rechten (1981) (Trb. 1981, 35).
- Citeren als
- Art. 9.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028599
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl