BWBR0028599
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5.8
Besluit toelating en uitzetting BES
1. Verplichtingen, voortvloeiende uit een garantstelling overeenkomstig artikel 5.4, eerste lid, onder b, of het stellen van zakelijke zekerheid overeenkomstig artikel 5.4, derde lid, hebben uitsluitend betrekking op kosten, veroorzaakt binnen vijf jaren, nadat de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend.
2. Onze Minister kan bepalen dat de in het eerste lid genoemde termijn korter is dan vijf jaren, indien:
a. op andere wijze voldoende zekerheid is gesteld;
b. de vreemdeling de openbare lichamen definitief heeft verlaten;
c. aan de vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een andere beperking of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend; of
d. de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.
3. Het model van de garantstelling wordt vastgesteld door Onze Minister.
2. Onze Minister kan bepalen dat de in het eerste lid genoemde termijn korter is dan vijf jaren, indien:
a. op andere wijze voldoende zekerheid is gesteld;
b. de vreemdeling de openbare lichamen definitief heeft verlaten;
c. aan de vreemdeling een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder een andere beperking of een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is verleend; of
d. de vreemdeling de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen.
3. Het model van de garantstelling wordt vastgesteld door Onze Minister.
- Citeren als
- Art. 5.8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028599
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl