BWBR0028599
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 2.9
Besluit toelating en uitzetting BES
1. De vreemdeling die na binnenkomst in de openbare lichamen niet langer voldoet aan de beperking waaronder de machtiging tot voorlopig verblijf is verleend of een voorschrift dat aan de machtiging is verbonden, deelt dit onmiddellijk mee aan de korpschef.
2. De vreemdeling wiens geldig document voor grensoverschrijding of machtiging tot voorlopig verblijf na binnenkomst in de openbare lichamen vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef.
3. De in het eerste en tweede lid en artikel 2.5 omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaren op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaren en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger.
2. De vreemdeling wiens geldig document voor grensoverschrijding of machtiging tot voorlopig verblijf na binnenkomst in de openbare lichamen vermist wordt, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, doet daarvan onmiddellijk in persoon aangifte bij de korpschef.
3. De in het eerste en tweede lid en artikel 2.5 omschreven verplichtingen rusten ten aanzien van kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaren op de wettelijk vertegenwoordiger. Voor kinderen van twaalf jaren en ouder kan aan deze verplichtingen ook worden voldaan door de wettelijk vertegenwoordiger.
- Citeren als
- Art. 2.9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028599
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl