BWBR0028599
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 6.3
Besluit toelating en uitzetting BES
1. De vreemdeling die de openbare lichamen inreist, is verplicht desgevorderd aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking:
a. het in zijn bezit zijnde document voor grensoverschrijding, de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf dan wel het benodigde reisvisum of doorreisvisum te tonen en te overhandigen;
b. inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van zijn voorgenomen verblijf in de openbare lichamen;
c. aan te tonen over welke middelen hij met het oog op de toegang tot de openbare lichamen beschikt of kan beschikken.
2. Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die de openbare lichamen uitreist.
a. het in zijn bezit zijnde document voor grensoverschrijding, de benodigde machtiging tot voorlopig verblijf dan wel het benodigde reisvisum of doorreisvisum te tonen en te overhandigen;
b. inlichtingen te verstrekken over het doel en de duur van zijn voorgenomen verblijf in de openbare lichamen;
c. aan te tonen over welke middelen hij met het oog op de toegang tot de openbare lichamen beschikt of kan beschikken.
2. Het eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die de openbare lichamen uitreist.
- Citeren als
- Art. 6.3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028599
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl