BWBR0028596
Geldig vanaf 01-01-2024
Artikel 6
Wet beginselen gevangeniswezen BES
De door Onze Minister aangewezen instellingen zijn bestemd tot opneming van:
a. hen, wier plaatsing in een instelling op grond van artikel 39 van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht BES moet volgen, indien niet tevens hun plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is gelast, dan wel zodanige plaatsing door verlof of ontslag werd onderbroken of beëindigd;
b. onveroordeelden, naar wier geestvermogens volgens wettelijke regeling een onderzoek noodzakelijk wordt geacht;
c. de gedetineerden, die tot gevangenisstraf veroordeeld zijn, doch die op grond van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van hun geestvermogens voor verblijf of verder verblijf in een gevangenis of huis van bewaring ongeschikt gebleken zijn of wier observatie noodzakelijk wordt geacht, een en ander volgens bij ministeriële regeling te stellen regelen.
a. hen, wier plaatsing in een instelling op grond van artikel 39 van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht BES moet volgen, indien niet tevens hun plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is gelast, dan wel zodanige plaatsing door verlof of ontslag werd onderbroken of beëindigd;
b. onveroordeelden, naar wier geestvermogens volgens wettelijke regeling een onderzoek noodzakelijk wordt geacht;
c. de gedetineerden, die tot gevangenisstraf veroordeeld zijn, doch die op grond van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van hun geestvermogens voor verblijf of verder verblijf in een gevangenis of huis van bewaring ongeschikt gebleken zijn of wier observatie noodzakelijk wordt geacht, een en ander volgens bij ministeriële regeling te stellen regelen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028596
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl