BWBR0028596
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 36
Wet beginselen gevangeniswezen BES
1. In de gestichten of afdelingen van de gestichten kunnen door de direkteur, of bij zijn afwezigheid, belet of ontstentenis door zijn plaatsvervanger, de navolgende disciplinaire straffen worden opgelegd wegens het begaan van feiten, die onverenigbaar zijn met een goede orde en tucht:
a. opsluiting in de strafcel;
b. onthouding van bezoek, van het schrijven of ontvangen van brieven of beperking van andere rechten en gunsten;
c. geldboete tot een bedrag van ten hoogste het zakgeld van de gedetineerde over twee weken;
d. berisping.
2. De straf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan voor ten hoogste twee weken, en die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor ten hoogste vier weken, worden opgelegd. Zij kunnen tezamen worden opgelegd.
a. opsluiting in de strafcel;
b. onthouding van bezoek, van het schrijven of ontvangen van brieven of beperking van andere rechten en gunsten;
c. geldboete tot een bedrag van ten hoogste het zakgeld van de gedetineerde over twee weken;
d. berisping.
2. De straf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan voor ten hoogste twee weken, en die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voor ten hoogste vier weken, worden opgelegd. Zij kunnen tezamen worden opgelegd.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028596
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl