BWBR0028596
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 5
Wet beginselen gevangeniswezen BES
1. De huizen van bewaring zijn bestemd:
a. tot opneming van hen, die de straffen van hechtenis of van militaire detentie moeten ondergaan;
b. tot opneming van alle anderen, aan wie krachtens rechterlijke beslissing of door het openbaar gezag rechtens hun vrijheid is ontnomen, voor zover geen andere plaats voor hen is bestemd of voor zolang opname in de voor hen bestemde plaats niet mogelijk is;
c. tot verblijf voor doortrekkende gedetineerden.
2. In de huizen van bewaring kunnen ook degenen worden opgenomen, die tot gevangenisstraf veroordeeld zijn en wier straftijd niet meer dan acht maanden bedraagt.
3. Onze Minister kan, indien dit door een openbaar belang vereist wordt, bepalen dat veroordeelden in artikel 4 bedoeld, tijdelijk in een huis van bewaring worden opgenomen.
a. tot opneming van hen, die de straffen van hechtenis of van militaire detentie moeten ondergaan;
b. tot opneming van alle anderen, aan wie krachtens rechterlijke beslissing of door het openbaar gezag rechtens hun vrijheid is ontnomen, voor zover geen andere plaats voor hen is bestemd of voor zolang opname in de voor hen bestemde plaats niet mogelijk is;
c. tot verblijf voor doortrekkende gedetineerden.
2. In de huizen van bewaring kunnen ook degenen worden opgenomen, die tot gevangenisstraf veroordeeld zijn en wier straftijd niet meer dan acht maanden bedraagt.
3. Onze Minister kan, indien dit door een openbaar belang vereist wordt, bepalen dat veroordeelden in artikel 4 bedoeld, tijdelijk in een huis van bewaring worden opgenomen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028596
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl