BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 48
Mijnbesluit BES
1. Het verzoek om verlenging wordt afgewezen indien niet is aangetoond, dat de houder der vergunning diligent is geweest.
2. Het verzoek om verlenging wordt mede afgewezen indien door den houder der vergunning niet door aanbieding van kwitantiën is aangetoond, of indien niet op andere wijze aan Onze Minister is gebleken, dat de aan vast recht verschuldigde bedragen zijn betaald.
3. Onder diligentie wordt verstaan, dat van de vergunning ernstig gebruik is gemaakt, in dien zin, dat de werkzaamheden op het terrein zoo regelmatig mogelijk zijn voortgezet en alleen door omstandigheden onafhankelijk van den wil van den houder der vergunning nog niet tot zoodanig resultaat hebben geleid, dat op grond daarvan eene aanspraak op concessie geldend gemaakt kan worden.
4. Teneinde te kunnen beoordeelen of de houder der vergunning diligent is geweest, moet bij het verzoek om verlenging – voor de eerste maal – worden overgelegd een zakelijk verslag nopens de werkzaamheden welke gedurende en na afloop van het eerste jaar van den vergunningstermijn op het onderzoekingsterrein hebben plaats gehad, nopens hetgeen overigens is verricht, met vermelding van de resultaten dier werkzaamheden en verrichtingen. Een verzoek om verlenging waarbij geen verslag is overgelegd wordt dadelijk afgewezen.
2. Het verzoek om verlenging wordt mede afgewezen indien door den houder der vergunning niet door aanbieding van kwitantiën is aangetoond, of indien niet op andere wijze aan Onze Minister is gebleken, dat de aan vast recht verschuldigde bedragen zijn betaald.
3. Onder diligentie wordt verstaan, dat van de vergunning ernstig gebruik is gemaakt, in dien zin, dat de werkzaamheden op het terrein zoo regelmatig mogelijk zijn voortgezet en alleen door omstandigheden onafhankelijk van den wil van den houder der vergunning nog niet tot zoodanig resultaat hebben geleid, dat op grond daarvan eene aanspraak op concessie geldend gemaakt kan worden.
4. Teneinde te kunnen beoordeelen of de houder der vergunning diligent is geweest, moet bij het verzoek om verlenging – voor de eerste maal – worden overgelegd een zakelijk verslag nopens de werkzaamheden welke gedurende en na afloop van het eerste jaar van den vergunningstermijn op het onderzoekingsterrein hebben plaats gehad, nopens hetgeen overigens is verricht, met vermelding van de resultaten dier werkzaamheden en verrichtingen. Een verzoek om verlenging waarbij geen verslag is overgelegd wordt dadelijk afgewezen.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 48
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl