BWBR0028574
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 38
Mijnbesluit BES
1. De beschikking waarbij vergunning verleend wordt moet behelzen:
a. den naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van den houder der vergunning;
b. de oppervlakte van het onderzoekingsterrein, uitgedrukt in hectaren, met verwaarloozing van onderdeelen;
c. de grenzen van het onderzoekingsterrein;
d. den duur der vergunning;
e. den naam van het eiland en het district, waarbinnen het onderzoekingsterrein is gelegen;
f. het gekozen domicilie;
g. de voorwaarden, welke aan de vergunning zijn verbonden, in elk geval de voorwaarde genoemd in het tweede lid van art. 141;
h. het bedrag van het door den houder der vergunning verschuldigd vast recht en de tijdstippen waarop het bedrag uiterlijk over het eerste vergunningsjaar en verder telken jare over volgende vergunningsjaren moet worden voldaan;
i. den datum.
2. Voorts moet in de beschikking worden melding gemaakt van:
a. de bezwaren die door rechthebbende op den grond of derde belanghebbenden mochten zijn ingebracht en de dienaangaande genomen beslissing; indien geen bezwaren zijn ingebracht, wordt zulks uitdrukkelijk in de beschikking vermeld.
b. de beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bedoeld in het tweede lid van art.250.
a. den naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van den houder der vergunning;
b. de oppervlakte van het onderzoekingsterrein, uitgedrukt in hectaren, met verwaarloozing van onderdeelen;
c. de grenzen van het onderzoekingsterrein;
d. den duur der vergunning;
e. den naam van het eiland en het district, waarbinnen het onderzoekingsterrein is gelegen;
f. het gekozen domicilie;
g. de voorwaarden, welke aan de vergunning zijn verbonden, in elk geval de voorwaarde genoemd in het tweede lid van art. 141;
h. het bedrag van het door den houder der vergunning verschuldigd vast recht en de tijdstippen waarop het bedrag uiterlijk over het eerste vergunningsjaar en verder telken jare over volgende vergunningsjaren moet worden voldaan;
i. den datum.
2. Voorts moet in de beschikking worden melding gemaakt van:
a. de bezwaren die door rechthebbende op den grond of derde belanghebbenden mochten zijn ingebracht en de dienaangaande genomen beslissing; indien geen bezwaren zijn ingebracht, wordt zulks uitdrukkelijk in de beschikking vermeld.
b. de beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie bedoeld in het tweede lid van art.250.
- Wet
- Mijnbesluit BES
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028574
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl