BWBR0028548
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 29
Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie
1. Een schriftelijke beoordeling wordt opgemaakt indien:
a. een rechter hierom verzoekt;
b. het functioneren van een rechter hiertoe aanleiding geeft.
2. Een beoordelingsgesprek dat wordt gevoerd op grond van artikel 28, zesde lid, wordt gevoerd door de president.
3. Een beoordelingsgesprek dat op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt gevoerd, vindt niet eerder plaats dan drie maanden nadat een functioneringsgesprek met de betrokken rechter heeft plaatsgevonden.
4. Ten aanzien van het opmaken van de beoordeling en het voeren van een beoordelingsgesprek zijn de leden 2, 3 en 5, van artikel 28, van overeenkomstige toepassing.
a. een rechter hierom verzoekt;
b. het functioneren van een rechter hiertoe aanleiding geeft.
2. Een beoordelingsgesprek dat wordt gevoerd op grond van artikel 28, zesde lid, wordt gevoerd door de president.
3. Een beoordelingsgesprek dat op grond van het eerste lid, onderdeel b, wordt gevoerd, vindt niet eerder plaats dan drie maanden nadat een functioneringsgesprek met de betrokken rechter heeft plaatsgevonden.
4. Ten aanzien van het opmaken van de beoordeling en het voeren van een beoordelingsgesprek zijn de leden 2, 3 en 5, van artikel 28, van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 29
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028548
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl