BWBR0028548
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Rijksbesluit rechtspositie Gemeenschappelijk Hof van Justitie
1. Een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg wordt niet aangesteld voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke functie.
2. Een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg kan voor het verrichten van werkzaamheden worden opgeroepen door het bestuur van het Hof.
3. In de bij deze algemene maatregel van rijksbestuur behorende bijlage is de hoogte van de vergoeding vermeld die een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg ontvangt.
4. Onze Ministers passen de vergoeding van een plaatsvervangend lid van het Hof en van een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg jaarlijks aan op basis van het gemiddelde van de ontwikkeling van de salarissen van de ambtenaren van de landen in het voorafgaande kalenderjaar.
2. Een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg kan voor het verrichten van werkzaamheden worden opgeroepen door het bestuur van het Hof.
3. In de bij deze algemene maatregel van rijksbestuur behorende bijlage is de hoogte van de vergoeding vermeld die een plaatsvervangend lid van het Hof of een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg ontvangt.
4. Onze Ministers passen de vergoeding van een plaatsvervangend lid van het Hof en van een rechter-plaatsvervanger in eerste aanleg jaarlijks aan op basis van het gemiddelde van de ontwikkeling van de salarissen van de ambtenaren van de landen in het voorafgaande kalenderjaar.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028548
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl