BWBR0028518
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 17
Besluit bijzondere vergunningen verzekeringsbedrijf BES
1. Iedere verzekeraar aan wie een bijzondere vergunning is verleend, dient binnen zes maanden na afloop van elk boekjaar bij de Bank staten in tweevoud in, die te zamen een duidelijk beeld geven van de financiële toestand van de verzekeraar. Een verzekeraar dient voorts binnen de door de Bank te bepalen termijn een of meer van deze staten in tweevoud in, indien de Bank zulks voor de vervulling van haar bij dit besluit opgelegde taak mocht verlangen.
2. De staten, bedoeld in het eerste lid, gaan vergezeld van een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES.
Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht, waarmerkt de deskundige de staten.
3. Met betrekking tot het levensverzekeringsbedrijf behelst een der staten het actuariële verslag, terwijl in een andere staat de sterftevergelijking is opgenomen. Deze staten worden voorzien van een verklaring van de actuaris, waarmee deze bevestigt dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de in het actuariële verslag genoemde voorzieningen juist zijn vastgesteld en de sterftevergelijking juist is weergegeven. Ten bewijze van een en ander waarmerkt de actuaris deze stukken. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
4. Tot het afgeven van de verklaring, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk derde lid, is slechts een deskundige onderscheidenlijk een actuaris bevoegd tegen wie de Bank bij de verzekeraar geen bezwaar heeft gemaakt.
5. De Bank kan tegen de aanwijzing of handhaving van een deskundige of een actuaris bezwaar maken indien de betrokkene naar haar oordeel niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak naar behoren zal vervullen. Het bezwaar wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken verzekeraar en van de betrokken deskundige of actuaris.
6. De Bank stelt de modellen van de staten vast.
7. Een verzekeraar met zetel buiten de openbare lichamen aan wie een bijzondere vergunning is verleend, dient jaarlijks zijn balans en winst- en verliesrekening met toelichting, betreffende zijn gehele bedrijf, waar dit ook wordt uitgeoefend, in tweevoud in bij de Bank zodra hij deze stukken openbaar heeft gemaakt of naar het recht van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt.
Indien naar het recht van zijn zetel geen verplichting tot openbaarmaking bestaat en de verzekeraar bedoelde stukken ook niet openbaar maakt, dient hij de stukken binnen negen maanden na afloop van elk boekjaar bij de Bank in.
2. De staten, bedoeld in het eerste lid, gaan vergezeld van een verklaring van een externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES.
Ten bewijze dat de staten door hem zijn onderzocht, waarmerkt de deskundige de staten.
3. Met betrekking tot het levensverzekeringsbedrijf behelst een der staten het actuariële verslag, terwijl in een andere staat de sterftevergelijking is opgenomen. Deze staten worden voorzien van een verklaring van de actuaris, waarmee deze bevestigt dat hij zich ervan heeft overtuigd dat de in het actuariële verslag genoemde voorzieningen juist zijn vastgesteld en de sterftevergelijking juist is weergegeven. Ten bewijze van een en ander waarmerkt de actuaris deze stukken. Hij is bevoegd zijn verklaring nader toe te lichten of op enig punt een voorbehoud te maken.
4. Tot het afgeven van de verklaring, bedoeld in het tweede onderscheidenlijk derde lid, is slechts een deskundige onderscheidenlijk een actuaris bevoegd tegen wie de Bank bij de verzekeraar geen bezwaar heeft gemaakt.
5. De Bank kan tegen de aanwijzing of handhaving van een deskundige of een actuaris bezwaar maken indien de betrokkene naar haar oordeel niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak naar behoren zal vervullen. Het bezwaar wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de betrokken verzekeraar en van de betrokken deskundige of actuaris.
6. De Bank stelt de modellen van de staten vast.
7. Een verzekeraar met zetel buiten de openbare lichamen aan wie een bijzondere vergunning is verleend, dient jaarlijks zijn balans en winst- en verliesrekening met toelichting, betreffende zijn gehele bedrijf, waar dit ook wordt uitgeoefend, in tweevoud in bij de Bank zodra hij deze stukken openbaar heeft gemaakt of naar het recht van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt.
Indien naar het recht van zijn zetel geen verplichting tot openbaarmaking bestaat en de verzekeraar bedoelde stukken ook niet openbaar maakt, dient hij de stukken binnen negen maanden na afloop van elk boekjaar bij de Bank in.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028518
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl