BWBR0028518
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 14
Besluit bijzondere vergunningen verzekeringsbedrijf BES
1. Een verzekeraar aan wie een bijzondere vergunning is verleend ingevolge Artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a, of tweede lid, dient te beschikken over solvabiliteitsmarge die:
a. voor het levensverzekeringsbedrijf tenminste vier procent van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen aan het einde van het voorgaande boekjaar, na aftrek van het aandeel van herverzekeraars in deze voorziening, doch minimaal USD 223.000 beloopt;
b. voor het schadeverzekeringsbedrijf tenminste vijftien procent van het in het voorgaande boekjaar geboekte premie-inkomen, na aftrek van de in dat boekjaar verschuldigde premies voor herverzekering, doch minimaal USD 167.000 beloopt.
2. Een herverzekeraar als bedoeld in Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, aanhef en ten 1, aan wie een bijzondere vergunning is verleend, dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die tenminste tien procent van de in het voorgaande boekjaar verschuldigde premies voor herverzekering, doch minimaal USD 614.000 beloopt.
3. In een ingevolgde Artikel 17, zesde lid, vast te stellen model van een staat wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge kunnen vormen, welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen, alsook de mate waarin en de voorwaarden waaronder een en ander geschiedt. De Bank kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bezwaar maken.
4. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste danwel tweede lid worden gesteld, doet hij daarvan terstond aan de Bank mededeling.
a. voor het levensverzekeringsbedrijf tenminste vier procent van de voorziening voor verzekeringsverplichtingen aan het einde van het voorgaande boekjaar, na aftrek van het aandeel van herverzekeraars in deze voorziening, doch minimaal USD 223.000 beloopt;
b. voor het schadeverzekeringsbedrijf tenminste vijftien procent van het in het voorgaande boekjaar geboekte premie-inkomen, na aftrek van de in dat boekjaar verschuldigde premies voor herverzekering, doch minimaal USD 167.000 beloopt.
2. Een herverzekeraar als bedoeld in Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, aanhef en ten 1, aan wie een bijzondere vergunning is verleend, dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die tenminste tien procent van de in het voorgaande boekjaar verschuldigde premies voor herverzekering, doch minimaal USD 614.000 beloopt.
3. In een ingevolgde Artikel 17, zesde lid, vast te stellen model van een staat wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge kunnen vormen, welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen, alsook de mate waarin en de voorwaarden waaronder een en ander geschiedt. De Bank kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bezwaar maken.
4. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste danwel tweede lid worden gesteld, doet hij daarvan terstond aan de Bank mededeling.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028518
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl