BWBR0028518
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 10
Besluit bijzondere vergunningen verzekeringsbedrijf BES
1. Bij de aanvraag van een bijzondere vergunning legt de aanvrager aan de Bank over:
a. een authentiek afschrift van zijn akte van oprichting en van zijn statuten;
b. een exemplaar van zijn reglementen indien deze zijn vastgesteld;
c. een lijst met de namen en adressen van zijn bestuurders en – indien de statuten voorzien in de benoeming van commissarissen – van zijn commissarissen;
d. indien van toepassing: bescheiden waaruit blijkt dat hij voldoet aan Artikel 9, tweede lid, aanhef en onderdeel a.
2. De aanvrager legt bij zijn aanvraag tevens aan de Bank een programma van werkzaamheden voor. Dit programma van werkzaamheden bevat:
a. een opgave van de aard van de risico's die de verzekeraar voornemens is te dekken;
b. indien de aanvrager het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, de technische grondslagen die hij voornemens is toe te passen, met name de grondslagen voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
d. een raming van de kosten van inrichting van het bedrijfsapparaat, vergezeld van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
e. indien de aanvrager zijn zetel in een openbaar lichaam heeft of een verzekeraar als bedoeld in Artikel 3, tweede lid, is, bewijsstukken waaruit blijkt dat hij beschikt over het ingevolge Artikel 14, eerste of tweede lid, vereiste minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge;
f. indien de aanvrager een herverzekeraar als bedoeld in Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, aanhef en ten 2, is, bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan Artikel 15;
en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
g. een raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
h. een raming van de liquiditeitspositie;
i. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verzekeringsverplichtingen;
j. indien de aanvrager zijn zetel heeft in een openbaar lichaam, een raming van de financiële middelen tot dekking van de solvabiliteitsmarge.
a. een authentiek afschrift van zijn akte van oprichting en van zijn statuten;
b. een exemplaar van zijn reglementen indien deze zijn vastgesteld;
c. een lijst met de namen en adressen van zijn bestuurders en – indien de statuten voorzien in de benoeming van commissarissen – van zijn commissarissen;
d. indien van toepassing: bescheiden waaruit blijkt dat hij voldoet aan Artikel 9, tweede lid, aanhef en onderdeel a.
2. De aanvrager legt bij zijn aanvraag tevens aan de Bank een programma van werkzaamheden voor. Dit programma van werkzaamheden bevat:
a. een opgave van de aard van de risico's die de verzekeraar voornemens is te dekken;
b. indien de aanvrager het levensverzekeringsbedrijf uitoefent, de technische grondslagen die hij voornemens is toe te passen, met name de grondslagen voor de berekening van de tarieven en de technische voorzieningen;
c. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
d. een raming van de kosten van inrichting van het bedrijfsapparaat, vergezeld van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
e. indien de aanvrager zijn zetel in een openbaar lichaam heeft of een verzekeraar als bedoeld in Artikel 3, tweede lid, is, bewijsstukken waaruit blijkt dat hij beschikt over het ingevolge Artikel 14, eerste of tweede lid, vereiste minimum bedrag van de solvabiliteitsmarge;
f. indien de aanvrager een herverzekeraar als bedoeld in Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, aanhef en ten 2, is, bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan Artikel 15;
en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
g. een raming van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
h. een raming van de liquiditeitspositie;
i. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verzekeringsverplichtingen;
j. indien de aanvrager zijn zetel heeft in een openbaar lichaam, een raming van de financiële middelen tot dekking van de solvabiliteitsmarge.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028518
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl