BWBR0028516
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 36
Wet openbare registers BES
1. Ter inschrijving van het feit dat het nut van een mandelige zaak voor elk der erven is geëindigd, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, inhoudende dat naar de verklaring van hen die de inschrijving verlangen, het nut voor elk der erven is geëindigd, of een authentiek afschrift van de verklaring van de notaris. Werken niet alle rechthebbenden op de mandelige zaak mee, dan vermeldt de notaris in zijn verklaring de reden daarvan.
2. Ter inschrijving van het bestaan van een grondrente als bedoeld in artikel 100 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van het recht;
b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
3. Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 111, eerste volzin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het ontstaan van de erfdienstbaarheid wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid, en
b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit van een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
2. Ter inschrijving van het bestaan van een grondrente als bedoeld in artikel 100 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het bestaan van het recht wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van het recht;
b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
3. Ter inschrijving van het ontstaan van een erfdienstbaarheid door bestemming of herleving, bedoeld in artikel 111, eerste volzin, van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek BES, wordt een door een notaris met inachtneming van artikel 37 opgemaakte verklaring aangeboden, waarin het ontstaan van de erfdienstbaarheid wordt geconstateerd, en die tevens inhoudt:
a. de omschrijving van de inhoud van de erfdienstbaarheid, en
b. wie de rechthebbende op dat recht is, met daaraan gehecht de stukken waaruit van een en ander blijkt, of authentieke afschriften van die verklaring en die stukken.
- Citeren als
- Art. 36
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028516
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl