BWBR0028516
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 11
Wet openbare registers BES
1. Voor inschrijving van een feit in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a tot en met c, is vereist een stuk dat voldoet aan de eisen gesteld in titel 2 van dit hoofdstuk, alsmede een afschrift van dat stuk, gesteld op een door het Kadaster verstrekt formulier en voorzien van een verklaring van eensluidendheid.
2. De bewaarder is niet gehouden de juistheid van de in het eerste lid bedoelde verklaring te onderzoeken. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift.
3. Het bestuurscollege stelt de vorm vast van de in het eerste lid bedoelde verklaring en bepaalt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wetsbepaling, door wie deze verklaring moet worden ondertekend.
4. Het bestuurscollege kan voor bijzondere gevallen bepalen dat geen afschrift, als bedoeld in het eerste lid, behoeft te worden aangeboden. In die gevallen doet de bewaarder het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk vervaardigen. Het bepaalde in het zevende lid, derde volzin, is alsdan van overeenkomstige toepassing.
5. Het Kadaster stelt de vereisten vast, waaraan tekeningen die deel uitmaken van ter inschrijving aangeboden stukken, moeten voldoen. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid.
6. Het bestuurscollege stelt de vorm vast van het in het eerste lid bedoelde formulier, alsmede de vereisten met inachtneming waarvan dit formulier dient te worden ingevuld en aangeboden.
7. Het bestuurscollege kan in afwijking van het eerste lid bepalen, dat in plaats van het in dat lid bedoelde voor inschrijving vereiste afschrift de bewaarder een afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk in dubbel vervaardigt in de vorm van een mechanische reproduktie. In dat geval dient het ter inschrijving aan te bieden stuk te zijn gesteld op een door hem verstrekt formulier of te voldoen aan andere door het bestuurscollege te stellen eisen. Het Kadaster is alsdan aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift, ontstaan ten gevolge van de vervaardiging van de mechanische reproduktie. Het vijfde en het zesde lid zijn, indien het bepaalde in de eerste volzin toepassing vindt, van overeenkomstige toepassing.
2. De bewaarder is niet gehouden de juistheid van de in het eerste lid bedoelde verklaring te onderzoeken. Het Kadaster is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift.
3. Het bestuurscollege stelt de vorm vast van de in het eerste lid bedoelde verklaring en bepaalt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens een andere wetsbepaling, door wie deze verklaring moet worden ondertekend.
4. Het bestuurscollege kan voor bijzondere gevallen bepalen dat geen afschrift, als bedoeld in het eerste lid, behoeft te worden aangeboden. In die gevallen doet de bewaarder het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk vervaardigen. Het bepaalde in het zevende lid, derde volzin, is alsdan van overeenkomstige toepassing.
5. Het Kadaster stelt de vereisten vast, waaraan tekeningen die deel uitmaken van ter inschrijving aangeboden stukken, moeten voldoen. Daarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in het eerste tot en met het vierde lid.
6. Het bestuurscollege stelt de vorm vast van het in het eerste lid bedoelde formulier, alsmede de vereisten met inachtneming waarvan dit formulier dient te worden ingevuld en aangeboden.
7. Het bestuurscollege kan in afwijking van het eerste lid bepalen, dat in plaats van het in dat lid bedoelde voor inschrijving vereiste afschrift de bewaarder een afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk in dubbel vervaardigt in de vorm van een mechanische reproduktie. In dat geval dient het ter inschrijving aan te bieden stuk te zijn gesteld op een door hem verstrekt formulier of te voldoen aan andere door het bestuurscollege te stellen eisen. Het Kadaster is alsdan aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit onjuistheden en onvolledigheden in het afschrift, ontstaan ten gevolge van de vervaardiging van de mechanische reproduktie. Het vijfde en het zesde lid zijn, indien het bepaalde in de eerste volzin toepassing vindt, van overeenkomstige toepassing.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028516
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl