BWBR0028516
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 14
Wet openbare registers BES
1. Op de inschrijving van een feit, waarvan de inschrijving alsnog is bevolen overeenkomstig artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES dan wel opnieuw is verzocht, als bedoeld in artikel 20, vierde lid, tweede volzin, van Boek 3 van dat wetboek, zijn de artikelen 11 tot en met 13 van toepassing, voor zover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.
2. Voor een inschrijving, als bedoeld in het eerste lid, wordt vereist het oorspronkelijk aangeboden stuk dat is voorzien van de in artikel 15, tweede lid, bedoelde verklaring.
3. De inschrijving geschiedt, tenzij artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden, door doorhaling van de voorlopige aantekening en door vermelding daarbij van het deel en nummer, bedoeld in artikel 13.
4. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de bewaarder op het ingeschreven stuk eveneens van doorhaling van de voorlopige aantekening melding maakt overeenkomstig door het bestuurscollege daartoe vast te stellen regelen.
2. Voor een inschrijving, als bedoeld in het eerste lid, wordt vereist het oorspronkelijk aangeboden stuk dat is voorzien van de in artikel 15, tweede lid, bedoelde verklaring.
3. De inschrijving geschiedt, tenzij artikel 11, zevende lid, toepassing heeft gevonden, door doorhaling van de voorlopige aantekening en door vermelding daarbij van het deel en nummer, bedoeld in artikel 13.
4. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de bewaarder op het ingeschreven stuk eveneens van doorhaling van de voorlopige aantekening melding maakt overeenkomstig door het bestuurscollege daartoe vast te stellen regelen.
- Citeren als
- Art. 14
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028516
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl