BWBR0028469
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 17
Wet telecommunicatievoorzieningen BES
1. Voor de radio-elektrische zend- of ontvanginrichtingen aan boord van:
a. andere dan schepen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in de wateren van een openbaar lichaam, of
b. andere dan luchtvaartuigen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in het luchtruim van een openbaar lichaam of op het grondgebied van een openbaar lichaam, is geen machtiging vereist krachtens artikel 15 of 16 indien daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag met daarbij behorende bijlagen en deze vergunning door Onze Minister is erkend.
2. Onze Minister kan regels stellen voor het gebruik van de in het eerste lid bedoelde radio-elektrische zendinrichtingen.
a. andere dan schepen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in de wateren van een openbaar lichaam, of
b. andere dan luchtvaartuigen van een openbaar lichaam, die zich bevinden in het luchtruim van een openbaar lichaam of op het grondgebied van een openbaar lichaam, is geen machtiging vereist krachtens artikel 15 of 16 indien daarvoor een vergunning is afgegeven in overeenstemming met het Internationaal Telecommunicatieverdrag met daarbij behorende bijlagen en deze vergunning door Onze Minister is erkend.
2. Onze Minister kan regels stellen voor het gebruik van de in het eerste lid bedoelde radio-elektrische zendinrichtingen.
- Citeren als
- Art. 17
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028469
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl