BWBR0028469
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 33
Wet telecommunicatievoorzieningen BES
... 1 Onze Minister is bevoegd om, indien de ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in de artikelen 15 , 16 , 18 , 18b , 18c , 22 en 23 gestelde regels dan wel voorschriften en beperkingen inzake het voorkomen en opheffen van storingen en belemmeringen in andere inrichtingen niet worden nageleefd, overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen, aan de houder van een zodanige inrichting aanwijzingen te geven tot het voorkomen en opheffen van storingen en belemmeringen, en, bij het niet naleven van de aanwijzingen, op dienst kosten in de inrichting de nodige werkzaamheden uit te doen voeren ter voorkoming en opheffing van storingen en belemmeringen. 2 Indien de ten aanzien van de aanleg, het aanwezig hebben of het gebruik van telecommunicatie-inrichtingen als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk III gestelde regels dan wel de aan een machtiging voor zodanige inrichting verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd, is Onze Minister bevoegd om ten aanzien van telecommunicatie-inrichtingen als hiervoor bedoeld overeenkomstig bij dat algemene maatregel van bestuur te stellen regels: a. aan de houder van de inrichting een geheel of gedeeltelijk zendverbod op te leggen; b. de inrichting op kosten van de houder van de inrichting te doen verzegelen en in bewaring te doen nemen; c. aan de houder van de machtiging voor de inrichting een administratieve boete van ten hoogste USD 28.000 op te leggen. 3 De houder van een telecommunicatie-inrichting ten aanzien waarvan een dwangmaatregel als bedoeld in het tweede lid onder a. of b. is genoemd, is verplicht deze dwangmaatregel na te leven dan wel te gedogen 4 Het in het tweede lid, aanhef en onder c, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op telecommunicatie-inrichtingen bedoeld in de paragrafen 3 en 3a van hoofstuk III .