BWBR0028469
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 18b
Wet telecommunicatievoorzieningen BES
b ... 1 Het is degene die met machtiging of krachtens vrijstelling, bedoeld in artikel 18, tweede lid , een draadomroepinrichting aanlegt, in stand houdt of exploiteert, verboden deze te exploiteren of te doen exploiteren anders dan voor het verspreiden van omroepprogramma’s, tenzij met een aanvullende machtiging van Onze Minister. 2 Een aanvullende machtiging wordt verleend voor de exploitatie van de draadomroepinrichting als middel van transport voor andere diensten met betrekking tot telecommunicatie, met uitzondering van die tussen aangeslotenen op de draadomroepinrichting. 3 Aan een aanvullende machtiging kunnen voorschriften worden verbonden en een aanvullende machtiging kan onder beperkingen worden verleend. Deze kunnen betrekking hebben op: a. de duur van de aanvullende machtiging; b. het aanbrengen van technische voorzieningen; c. het voorkomen dan wel het opheffen van storingen aan derden door gebruik van de draadomroepinrichting; d. de bescherming van de rechten van derden; en e. de nakoming van bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties. 4 Een aanvullende machtiging wordt geweigerd indien een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen maatschappelijk en economische belang zich tegen verlening verzet alsmede op de gronden aangegeven in artikel 18, vierde lid, onderdelen a en b . 5 Een aanvullende machtiging kan worden ingetrokken indien een doelmatige verzorging van de telecommunicatie in het algemeen een economisch belang dit vordert alsmede op de gronden aangegeven in artikel 18, vijfde lid .