BWBR0028469
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 12
Wet telecommunicatievoorzieningen BES
... 1 Het is degene, die krachtens paragraaf 2 van dit hoofstuk gerechtigd is een telecommunicatie-inrichting aan te leggen, in stand te houden of te gebruiken verboden om die inrichting te gebruiken of te doen gebruiken om voor derden: a. diensten omschreven krachtens artikel 3, eerste lid , te verzorgen; b. het directe transport van gegevens te verzorgen; c. andere vormen van telecommunicatie te verzorgen dan bedoeld onder a en b anders dan door middel van de telecommunicatie-infrastructuur. 2 Onze Minister kan ten aanzien van een telecommunicatie-inrichting als bedoeld in artikel 15 , van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen voor telecommunicatie tussen gebruikers van een bepaalde bij die ontheffing aan te geven categorie, indien de houder van de concessie niet bereid is of niet in staat is binnen redelijke termijn en tegen redelijke voorwaarden het gebruik van een gelijkwaardige voorziening ter beschikking te stellen. 3 Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in verband met het doel waarvoor de ontheffing wordt verleend. 4 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op de bij of krachtens wet toegestane verspreiding van oproepprogramma’s door middel van de in het tweede lid bedoelde inrichtingen.