BWBR0028468
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 61
Dienstplichtwet BES
1. Aan de dienstplichtige in werkelijke dienst kan, indien dit naar het oordeel van de Regionaal Bevelhebber in het belang van de dienst noodzakelijk is, als maatregel van orde tijdelijk worden verboden aan zijn functie verbonden werkzaamheden of andere werkzaamheden en/of diensten te verrichten.
2. Het verbod als maatregel van orde wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de dienstplichtige gebracht, onder mededeling van de reden(en) die tot het verbod leiden.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod wordt ingetrokken, zodra het belang van de dienst zich niet langer verzet tegen het verrichten van dienst, doch uiterlijk na drie maanden, tenzij Onze Minister anders bepaalt.
2. Het verbod als maatregel van orde wordt onverwijld schriftelijk ter kennis van de dienstplichtige gebracht, onder mededeling van de reden(en) die tot het verbod leiden.
3. Het in het eerste lid bedoelde verbod wordt ingetrokken, zodra het belang van de dienst zich niet langer verzet tegen het verrichten van dienst, doch uiterlijk na drie maanden, tenzij Onze Minister anders bepaalt.
- Citeren als
- Art. 61
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028468
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl