BWBR0028468
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 48
Dienstplichtwet BES
... 1 In bijzondere gevallen kan de dienstplichtige in werkelijke dienst, ongeacht of hij voldoet aan alle eisen voor bevordering, tijdelijk tot een bepaalde rang worden bevorderd voor de tijd gedurende welke die dienstplichtige is geplaatst in een functie, aan de vervulling waarvan naar het oordeel van de Regionaal Bevelhebber het bekleden van die rang noodzakelijk is verbonden. 2 Wanneer de dienstplichtige die een rang tijdelijk bekleedt, wordt ontheven van de functie, bedoeld in het vorige lid, dan wel wanneer zijn bestemming voor die functie wordt ingetrokken, keert hij op de dag van die ontheffing of intrekking van rechtswege terug tot de rang of klasse die hij definitief bekleedt, tenzij er naar het oordeel van de Regionaal Bevelhebber redenen aanwezig zijn om anders te bepalen. 3 Is de ontheffing, bedoeld in het vorige lid, een gevolg van een ziekte of een gebrek, verband houdende met de uitoefening van de dienst, dan blijft de dienstplichtige de rang tijdelijk bekleden gedurende de tijd dat hij wegens die ziekte of dat gebrek verhinderd is dienst te verrichten. 4 In het besluit tot een tijdelijke bevordering worden de reden en het tijdelijke karakter van die bevordering uitdrukkelijk vermeld. 5 Wanneer de dienstplichtige in werkelijke dienst die een rang tijdelijk bekleedt, overlijdt, wordt hij geacht die tijdelijke rang definitief bekleed te hebben op het tijdstip van zijn overlijden.