BWBR0027605
Geldig vanaf 06-02-2021
Artikel 15
Regeling archiefbeheer Kadaster
1. De beheerder is belast met het overbrengen van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden naar een archiefbewaarplaats.
2. De beheerder draagt er zorg voor dat de over te brengen archiefbescheiden voldoen aan de normen voor het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en bewaren van archiefbescheiden.
3. Van de overbrenging wordt in tweevoud een verklaring opgemaakt die ten minste een specificatie van de overgebrachte archiefbescheiden bevat. De verklaring van overbrenging wordt ondertekend door de beheerder en door de directeur van de desbetreffende archiefbewaarplaats. Van deze verklaring wordt een exemplaar blijvend bewaard door het desbetreffende organisatieonderdeel en het andere exemplaar wordt ter hand gesteld aan de directeur van de desbetreffende bewaarplaats.
4. De overbrenging vindt plaats in perioden, maar in principe niet later dan tien jaar nadat de archiefbescheiden twintig jaar zijn afgesloten, tenzij de Dienst machtiging is verleend tot opschorting van de overbrenging.
5. De daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden kunnen in overleg met de Recordsmanager, en de beheerder van een archiefbewaarplaats, vervroegd worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
6. Ter voorbereiding op de overbrenging gaat de beheerder van het desbetreffende organisatieonderdeel na of uit enig wettelijk voorschrift beperkingen met betrekking tot de openbaarheid voortvloeien.
2. De beheerder draagt er zorg voor dat de over te brengen archiefbescheiden voldoen aan de normen voor het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en bewaren van archiefbescheiden.
3. Van de overbrenging wordt in tweevoud een verklaring opgemaakt die ten minste een specificatie van de overgebrachte archiefbescheiden bevat. De verklaring van overbrenging wordt ondertekend door de beheerder en door de directeur van de desbetreffende archiefbewaarplaats. Van deze verklaring wordt een exemplaar blijvend bewaard door het desbetreffende organisatieonderdeel en het andere exemplaar wordt ter hand gesteld aan de directeur van de desbetreffende bewaarplaats.
4. De overbrenging vindt plaats in perioden, maar in principe niet later dan tien jaar nadat de archiefbescheiden twintig jaar zijn afgesloten, tenzij de Dienst machtiging is verleend tot opschorting van de overbrenging.
5. De daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden kunnen in overleg met de Recordsmanager, en de beheerder van een archiefbewaarplaats, vervroegd worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
6. Ter voorbereiding op de overbrenging gaat de beheerder van het desbetreffende organisatieonderdeel na of uit enig wettelijk voorschrift beperkingen met betrekking tot de openbaarheid voortvloeien.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027605
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl