BWBR0027394
Geldig vanaf 2020-04-24
Artikel 7
Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte
1. In geval van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wetvoorziet de opsporingsambtenaar de verpakking van een in beslag genomen voorwerp waarop mogelijkerwijs celmateriaal van de verdachte aanwezig is, dan wel van celmateriaal dat niet is afgenomen op de wijze als voorzien in artikel 4of artikel 5, van een identiteitszegel zo spoedig mogelijk nadat het voorwerp of celmateriaal in beslag is genomen.
2. De opsporingsambtenaar voorziet het proces-verbaal van de inbeslagneming van het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, van een identiteitszegel dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid. Hij vermeldt in het proces-verbaal de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de verdachte alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het voorwerp of celmateriaal in beslag is genomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak.
3. De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk nadat de officier van justitie of de rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wet, in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels als bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst.
2. De opsporingsambtenaar voorziet het proces-verbaal van de inbeslagneming van het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, van een identiteitszegel dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid. Hij vermeldt in het proces-verbaal de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de verdachte alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het voorwerp of celmateriaal in beslag is genomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak.
3. De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk nadat de officier van justitie of de rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wet, in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels als bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst.