BWBR0027394
Geldig vanaf 2020-04-24
Artikel 10
Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte
1. Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wetnegatief is, vernietigt de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en het celmateriaal, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, of artikel 7, derde lid, dat bestemd is voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet.
2. Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wetpositief is, vernietigt de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en zorgt ervoor dat het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk in de verpakking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, of artikel 7, derde lid, bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam wordt bezorgd.
3. Indien het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, is verricht in het laboratorium van een ziekenhuis, bedoeld in artikel 8, vernietigt het ziekenhuis het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en verstrekt het de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste of tweede lid.
4. De gemeentelijke gezondheidsdienst of het ziekenhuis in wiens laboratorium het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, is verricht, vernietigt na een half jaar het verslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 9, derde lid, en de bij dat verslag behorende identificerende persoonsgegevens.
2. Indien de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wetpositief is, vernietigt de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en zorgt ervoor dat het celmateriaal, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk in de verpakking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, of artikel 7, derde lid, bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam wordt bezorgd.
3. Indien het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, is verricht in het laboratorium van een ziekenhuis, bedoeld in artikel 8, vernietigt het ziekenhuis het resterende celmateriaal waarmee dat onderzoek is verricht, en verstrekt het de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 8, de informatie die nodig is om te kunnen voldoen aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste of tweede lid.
4. De gemeentelijke gezondheidsdienst of het ziekenhuis in wiens laboratorium het onderzoek, bedoeld in artikel 151e, eerste of vijfde lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, is verricht, vernietigt na een half jaar het verslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 9, derde lid, en de bij dat verslag behorende identificerende persoonsgegevens.