BWBR0027394
Geldig vanaf 24-04-2020
Artikel 4
Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte
1. Degene die gevraagd wordt schriftelijk toe te stemmen in het afnemen van celmateriaal ten behoeve van het uitvoeren van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet, kan zich bij het nemen van zijn beslissing door een raadsman doen bijstaan. De officier van justitie of de rechter-commissaris wijst hem op deze mogelijkheid.
2. In geval van artikel 3, onder a, worden twee buisjes die geen heparinebuisjes zijn, met 4 milliliter bloed afgenomen waarvan één buisje bloed is bestemd voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet en één buisje bloed voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet.
3. In geval van artikel 3, onder b, worden aan de binnenkant van de neus- of keelholte zoveel slijmvlies afgenomen als voor het uitvoeren een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet en voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet nodig is of wordt betrokkene gevraagd voldoende sputum op te hoesten.
4. Het celmateriaal wordt afgenomen door een arts of een verpleegkundige. Indien de arts of de verpleegkundige bij de behandeling van de desbetreffende persoon betrokken is of is geweest, neemt hij bij hem geen celmateriaal af, tenzij de persoon daarin schriftelijk toestemt.
2. In geval van artikel 3, onder a, worden twee buisjes die geen heparinebuisjes zijn, met 4 milliliter bloed afgenomen waarvan één buisje bloed is bestemd voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet en één buisje bloed voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet.
3. In geval van artikel 3, onder b, worden aan de binnenkant van de neus- of keelholte zoveel slijmvlies afgenomen als voor het uitvoeren een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, eerste lid, of artikel 151h, eerste lid, van de wet en voor een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wet nodig is of wordt betrokkene gevraagd voldoende sputum op te hoesten.
4. Het celmateriaal wordt afgenomen door een arts of een verpleegkundige. Indien de arts of de verpleegkundige bij de behandeling van de desbetreffende persoon betrokken is of is geweest, neemt hij bij hem geen celmateriaal af, tenzij de persoon daarin schriftelijk toestemt.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0027394
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl