BWBR0027394
Geldig vanaf 2020-04-24
Artikel 11
Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte
1. Een onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wetof een tegenonderzoek als bedoeld in artikel 151i, tweede lid, van de wet wordt verricht in
a. een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die in artikel 2 zijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten, dan wel
b. een laboratorium dat gevestigd is in het buitenland, door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die in artikel 2 zijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten.
2. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwetis paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
3. Indien de accreditatie van een laboratorium als bedoeld in het eerste lid is ingetrokken, is geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dit laboratorium niet langer onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wetworden verricht.
a. een laboratorium dat door de Raad voor Accreditatie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die in artikel 2 zijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten, dan wel
b. een laboratorium dat gevestigd is in het buitenland, door een met de Raad voor Accreditatie vergelijkbare instantie is geaccrediteerd, deskundig is op het terrein van de ernstige besmettelijke ziekten, die in artikel 2 zijn aangewezen, en het onderzoek, bedoeld in de aanhef, en beschikt over voldoende forensische kennis om dat onderzoek te kunnen verrichten.
2. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwetis paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrechtniet van toepassing op de aanvraag om accreditatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
3. Indien de accreditatie van een laboratorium als bedoeld in het eerste lid is ingetrokken, is geschorst of na haar vervaldatum niet is verlengd, kan in dit laboratorium niet langer onderzoek als bedoeld in artikel 151i, eerste lid, van de wetworden verricht.