BWBR0027331
Geldig vanaf 2010-03-02
Artikel 15
Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.
2. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk een melding aan de minister, zodra aannemelijk is, dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
3. De subsidieontvanger verstrekt jaarlijks uiterlijk in de maand januari aan de minister de gegevens over het afgelopen jaar met betrekking tot de geformuleerde streefwaarden en prestatie-indicatoren, bedoeld in artikel 6, onder c.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de activiteiten en resultaten door een onafhankelijke partij worden gemonitord en geëvalueerd en stelt de resultaten ter beschikking aan de minister.
2. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk een melding aan de minister, zodra aannemelijk is, dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
3. De subsidieontvanger verstrekt jaarlijks uiterlijk in de maand januari aan de minister de gegevens over het afgelopen jaar met betrekking tot de geformuleerde streefwaarden en prestatie-indicatoren, bedoeld in artikel 6, onder c.
4. De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de activiteiten en resultaten door een onafhankelijke partij worden gemonitord en geëvalueerd en stelt de resultaten ter beschikking aan de minister.