BWBR0027331
Geldig vanaf 2010-03-02
Artikel 14
Regeling bevordering kennisfunctie hogescholen
1. De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juli een verslag aan de minister. Het verslag bevat een overzicht van de activiteiten die in het voorafgaande jaar zijn uitgevoerd.
2. Het verslag gaat vergezeld van een jaarrekening waarmee inzicht wordt gegeven in de wijze waarop de subsidie is besteed. De jaarrekening over het laatste jaar van de gesubsidieerde periode geeft eveneens inzicht in het niet bestede deel van de subsidiemiddelen.
3. De jaarrekening, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin deze verklaart dat de in de jaarrekening opgenomen bedragen juist en volledig zijn.
4. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. In dit oordeel wordt ook aangegeven of de financiële steun is verleend op de wijze en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 6, onder b.
5. De accountant richt zijn onderzoek in overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.
2. Het verslag gaat vergezeld van een jaarrekening waarmee inzicht wordt gegeven in de wijze waarop de subsidie is besteed. De jaarrekening over het laatste jaar van de gesubsidieerde periode geeft eveneens inzicht in het niet bestede deel van de subsidiemiddelen.
3. De jaarrekening, bedoeld in het tweede lid, gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin deze verklaart dat de in de jaarrekening opgenomen bedragen juist en volledig zijn.
4. De accountantsverklaring bevat tevens een oordeel over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. In dit oordeel wordt ook aangegeven of de financiële steun is verleend op de wijze en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 6, onder b.
5. De accountant richt zijn onderzoek in overeenkomstig een door de minister vast te stellen controleprotocol.