BWBR0026589
Geldig vanaf 2009-11-06
Artikel 8
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal 2009 SZW
1. De directeuren kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van personeelsgesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
3. In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen en functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder hem ressorterende functionarissen, tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
4. In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks onder hem ressorteren, ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
5. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
6. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van personeelsgesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de directeuren bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
3. In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen en functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder hem ressorterende functionarissen, tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
4. In afwijking van het eerste lid kan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging doorverlenen aan functionarissen die rechtstreeks onder hem ressorteren, ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren, voor zover dit noodzakelijk is vanwege de organisatiestructuur van de directie en voor zover de plaatsvervangend secretaris-generaal daar schriftelijk mee instemt.
5. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen directeuren, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de plaatsvervangend secretaris-generaal, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatieonderdeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.
6. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.