BWBR0026589
Geldig vanaf 2009-11-06
Artikel 7
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal 2009 SZW
1. Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van de directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal of de plaatsvervangend secretaris-generaal.
2. Aan elke directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden;
b. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder hem ressorterende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.
4. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.
5. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een raamovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. vervallen;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.
6. In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel dat deze bevoegd is om de volgende overeenkomsten aan te gaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst inclusief BTW:
a. overeenkomsten met betrekking tot voorzieningen op het gebied van telefonie en het technisch beheer daarvan;
b. overeenkomsten met betrekking tot multi-copiers;
c. overeenkomsten met betrekking tot personeelsbeheerssystemen, salarissystemen en systemen voor documentregistratie en -verwerking, voor zover deze noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de taken en werkzaamheden, bedoeld in artikel 4;
d. overeenkomsten met betrekking tot de gerechtelijke en buitengerechtelijke invordering van geldvorderingen van de Staat;
e. overeenkomsten met betrekking tot de regie op de overeenkomsten met betrekking tot websystemen, de technische infrastructuur, de hardware, kantoorautomatiseringstoepassingen, netwerkvoorzieningen en het technisch beheer van geautomatiseerde systemen, alsmede overeenkomsten die betrekking hebben op systeemontwikkeling, functioneel beheer, onderhoud van applicaties en licenties van automatiseringssytemen en waarvoor de directeur schriftelijk door de plaatsvervangend secretaris-generaal is aangewezen als systeemeigenaar;
f. overeenkomsten met betrekking tot de departementsbrede informatievoorziening;
g. overeenkomsten met betrekking tot de Landsadvocaat inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking van (ex-)medewerkers;
h. overeenkomsten met bestrekking tot de arbodienst en het centraal flankerend beleid ten behoeve van herplaatsers.
7. Vervallen.
8. In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
9. In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van beslissingen in gerechtelijke procedures voor zover die betrekking hebben op de dienstbetrekking van de onder hem ressorterende functionarissen.
10. In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie dat deze bevoegd is om overeenkomsten met betrekking tot de schoonmaakdienstverlening aan te gaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.
2. Aan elke directeur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, genoemde personeelsaangelegenheden;
b. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder hem ressorterende functionarissen.
3. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voor zover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.
4. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat voorts de bevoegdheid tot het nemen van dwangsombesluiten die verband houden met het niet tijdig afdoen van een besluit, voor zover dit betrekking heeft op hun eigen verantwoordelijkheden.
5. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW:
a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een raamovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. vervallen;
e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;
f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.
6. In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel dat deze bevoegd is om de volgende overeenkomsten aan te gaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst inclusief BTW:
a. overeenkomsten met betrekking tot voorzieningen op het gebied van telefonie en het technisch beheer daarvan;
b. overeenkomsten met betrekking tot multi-copiers;
c. overeenkomsten met betrekking tot personeelsbeheerssystemen, salarissystemen en systemen voor documentregistratie en -verwerking, voor zover deze noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de taken en werkzaamheden, bedoeld in artikel 4;
d. overeenkomsten met betrekking tot de gerechtelijke en buitengerechtelijke invordering van geldvorderingen van de Staat;
e. overeenkomsten met betrekking tot de regie op de overeenkomsten met betrekking tot websystemen, de technische infrastructuur, de hardware, kantoorautomatiseringstoepassingen, netwerkvoorzieningen en het technisch beheer van geautomatiseerde systemen, alsmede overeenkomsten die betrekking hebben op systeemontwikkeling, functioneel beheer, onderhoud van applicaties en licenties van automatiseringssytemen en waarvoor de directeur schriftelijk door de plaatsvervangend secretaris-generaal is aangewezen als systeemeigenaar;
f. overeenkomsten met betrekking tot de departementsbrede informatievoorziening;
g. overeenkomsten met betrekking tot de Landsadvocaat inzake advisering en procureurstelling alsmede het instellen van gerechtelijke procedures inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking van (ex-)medewerkers;
h. overeenkomsten met bestrekking tot de arbodienst en het centraal flankerend beleid ten behoeve van herplaatsers.
7. Vervallen.
8. In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van het aangaan en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met onder hem ressorterende functionarissen die vallen onder de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
9. In aanvulling op het tweede lid, onderdeel a, geldt dat aan de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie volmacht en machtiging wordt verleend ten aanzien van beslissingen in gerechtelijke procedures voor zover die betrekking hebben op de dienstbetrekking van de onder hem ressorterende functionarissen.
10. In aanvulling op het vijfde lid geldt voor de directeur van de Rijksschoonmaakorganisatie dat deze bevoegd is om overeenkomsten met betrekking tot de schoonmaakdienstverlening aan te gaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst inclusief BTW.