BWBR0026545
Geldig vanaf 27-10-2009
Artikel 7
Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 2,6 GHz
1. Voor het vaststellen of er noodzaak is tot veilen van de vergunningen A, B en C, wordt bij de toepassing van het tweede en derde lid uitgegaan van de aanvragen die zijn ingediend overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 5 door aanvragers die voldoen aan de in artikel 6 gestelde eisen.
2. De vergunningen A tot en met E worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met zevende lid, zonder veiling verleend, indien:
a. voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A, B en C en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, onder B.2, of
b. er slechts één aanvraag is ingediend.
3. Indien de vergunningen A tot en met E op grond van het tweede lid zonder veiling worden verleend, worden deze vergunningen verleend volgens de procedure van op volgorde van binnenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Frequentiebesluit.
4. De vergunningen A tot en met E worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met zevende lid, onder toepassing van de artikelen 31 tot en met 39 verleend, indien:
a. voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A, B en C, en
b. een aanvrager voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, onder B2.
De artikelen 9 en 11 tot en met 18 zijn van toepassing. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij toepassing van artikel 10, vijfde lid, moet worden uitgegaan van het tijdstip, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel a.
2. De vergunningen A tot en met E worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met zevende lid, zonder veiling verleend, indien:
a. voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A, B en C en geen van de aanvragers voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, onder B.2, of
b. er slechts één aanvraag is ingediend.
3. Indien de vergunningen A tot en met E op grond van het tweede lid zonder veiling worden verleend, worden deze vergunningen verleend volgens de procedure van op volgorde van binnenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Frequentiebesluit.
4. De vergunningen A tot en met E worden met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede tot en met zevende lid, onder toepassing van de artikelen 31 tot en met 39 verleend, indien:
a. voldaan kan worden aan de vraag naar vergunningen A, B en C, en
b. een aanvrager voorkeur heeft uitgesproken voor specifieke frequentieruimte als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, onder B2.
De artikelen 9 en 11 tot en met 18 zijn van toepassing. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij toepassing van artikel 10, vijfde lid, moet worden uitgegaan van het tijdstip, bedoeld in artikel 32, eerste lid, onderdeel a.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026545
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl