BWBR0026507
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 8
Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen
1. Indien onvoorziene omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de minister beslissen dat het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen.
2. Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met deze regeling of het examenreglement, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, of zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt, bericht de exameninstelling de minister hieromtrent.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt door een examinator binnen een week na constatering van de onregelmatigheid een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag bevat in ieder geval:
a. het examen waarop het voorval betrekking heeft;
b. het tijdstip waarop het voorval heeft plaatsgevonden;
c. de naam van de betrokken deelnemer;
d. een omschrijving van het voorval;
e. de datum en het tijdstip waarop het verslag is gemaakt;
f. de zienswijze van de betrokken deelnemer;
g. de zienswijze van een eventuele getuige, met diens naam;
h. de naam en de handtekening van degene die het verslag heeft gemaakt;
i. zo mogelijk originele bewijsstukken die de bevindingen onderbouwen.
4. Het verslag wordt aan de betrokken deelnemer toegezonden. Voorts wordt onverwijld een afschrift aan de minister gezonden.
5. Indien een deelnemer zich aan een handeling als bedoeld in het tweede lid heeft schuldig gemaakt kan de minister besluiten:
a. dat een deelnemer voor een periode van ten hoogste zes maanden wordt uitgesloten van deelname aan het examen;
b. tot ongeldigverklaring van het examen;
c. tot intrekking van een reeds verleend diploma als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met deze regeling of het examenreglement, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, of zich ten aanzien van het examen aan enig bedrog heeft schuldig gemaakt, bericht de exameninstelling de minister hieromtrent.
3. In het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt door een examinator binnen een week na constatering van de onregelmatigheid een schriftelijk verslag opgemaakt. Dit verslag bevat in ieder geval:
a. het examen waarop het voorval betrekking heeft;
b. het tijdstip waarop het voorval heeft plaatsgevonden;
c. de naam van de betrokken deelnemer;
d. een omschrijving van het voorval;
e. de datum en het tijdstip waarop het verslag is gemaakt;
f. de zienswijze van de betrokken deelnemer;
g. de zienswijze van een eventuele getuige, met diens naam;
h. de naam en de handtekening van degene die het verslag heeft gemaakt;
i. zo mogelijk originele bewijsstukken die de bevindingen onderbouwen.
4. Het verslag wordt aan de betrokken deelnemer toegezonden. Voorts wordt onverwijld een afschrift aan de minister gezonden.
5. Indien een deelnemer zich aan een handeling als bedoeld in het tweede lid heeft schuldig gemaakt kan de minister besluiten:
a. dat een deelnemer voor een periode van ten hoogste zes maanden wordt uitgesloten van deelname aan het examen;
b. tot ongeldigverklaring van het examen;
c. tot intrekking van een reeds verleend diploma als bedoeld in artikel 2, eerste lid.