BWBR0026507
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 10
Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen
1. Een instelling kan door de minister worden aangewezen als exameninstelling indien zij aan de volgende voorwaarden voldoet:
a. de instelling voldoet aan artikel 11, eerste lid, tweede alinea, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
b. zij beschikt over een examenreglement dat ten minste bevat: 1°. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
2°. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
3°. onverminderd het derde lid, de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
4° de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling;
1°. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
2°. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
3°. onverminderd het derde lid, de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
4° de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling;
c. zij beschikt over een huishoudelijk reglement dat ten minste bevat: 1°. de criteria ter uitvoering van artikel 11, vierde lid, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
2°. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
1°. de criteria ter uitvoering van artikel 11, vierde lid, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
2°. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
2. Wijzigingen van het examenreglement en het huishoudelijk reglement behoeven de goedkeuring van de minister.
3. De exameninstelling is gehouden de inschrijving van een deelnemer, de resultaten van het door hem afgelegde examen evenals het advies aan de minister, bedoeld in artikel 5, te bewaren tot:
a. ten minste dertien weken na de dag van het examen;
b. ten minste dertien weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt, indien tegen de uitslag van het examen bezwaar is gemaakt, of
c. ten minste dertien weken na de dag waarop het beroep onherroepelijk is, indien tegen de beslissing op een bezwaar beroep is ingesteld.
4. De exameninstelling neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijke reglement in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder a.
5. De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen.
6. Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.
7. De minister overlegt periodiek met alle exameninstellingen. De exameninstellingen zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen.
a. de instelling voldoet aan artikel 11, eerste lid, tweede alinea, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
b. zij beschikt over een examenreglement dat ten minste bevat: 1°. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
2°. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
3°. onverminderd het derde lid, de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
4° de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling;
1°. de procedure- en gedragsregels die gelden voorafgaand, gedurende en na afloop van het examen;
2°. de criteria op basis waarvan het examen wordt beoordeeld ten behoeve van het advies over de examenresultaten, bedoeld in artikel 5;
3°. onverminderd het derde lid, de termijn waarbinnen individuele en algemene resultaten van de examens bewaard blijven, en
4° de procedures voor externe afstemming en klachten in verband met de uitvoering van deze regeling;
c. zij beschikt over een huishoudelijk reglement dat ten minste bevat: 1°. de criteria ter uitvoering van artikel 11, vierde lid, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
2°. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
1°. de criteria ter uitvoering van artikel 11, vierde lid, van de EG-verordening brandbeveiligingssystemen;
2°. de procedures voor interne controles en evaluaties van de uitvoering van deze regeling.
2. Wijzigingen van het examenreglement en het huishoudelijk reglement behoeven de goedkeuring van de minister.
3. De exameninstelling is gehouden de inschrijving van een deelnemer, de resultaten van het door hem afgelegde examen evenals het advies aan de minister, bedoeld in artikel 5, te bewaren tot:
a. ten minste dertien weken na de dag van het examen;
b. ten minste dertien weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaarschrift bekend is gemaakt, indien tegen de uitslag van het examen bezwaar is gemaakt, of
c. ten minste dertien weken na de dag waarop het beroep onherroepelijk is, indien tegen de beslissing op een bezwaar beroep is ingesteld.
4. De exameninstelling neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden het examenreglement en het huishoudelijke reglement in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste lid, onder a.
5. De exameninstelling neemt afdoende maatregelen om fraude voor, tijdens en na het examen te voorkomen.
6. Indien de exameninstelling niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.
7. De minister overlegt periodiek met alle exameninstellingen. De exameninstellingen zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen.