BWBR0026507
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 26
Regeling gefluoreerde broeikasgassen brandbeveiligingssystemen
1. Een instantie kan door de minister worden aangewezen als keuringinstantie indien de instantie voldoet aan de volgende voorwaarden:
a. zij is onafhankelijk en onpartijdig bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1 van deze regeling;
b. zij houdt in een register bij welke bedrijven over een bedrijfscertificaat beschikken en houdt deze gegevens actueel;
c. zij beschikt over een reglement waarin ten minste de te volgen procedures zijn neergelegd voor het verstrekken en het tijdelijk en definitief intrekken van het bedrijfscertificaat en het beoordelen en herkeuren van bedrijven, en
d. zij beschikt over personeel dat voor het uitvoeren van de beoordelingen van de bedrijven voldoet aan de eisen, die zijn neergelegd in bijlage III bij de regeling.
2. De keuringinstantie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, ten minste vijf jaar.
3. De keuringinstantie neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1van deze regeling het reglement, bedoeld in het eerste lid, onder c, in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de keuringsinstantie niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.
5. De minister overlegt periodiek met alle keuringinstanties. De keuringinstanties zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen.
a. zij is onafhankelijk en onpartijdig bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1 van deze regeling;
b. zij houdt in een register bij welke bedrijven over een bedrijfscertificaat beschikken en houdt deze gegevens actueel;
c. zij beschikt over een reglement waarin ten minste de te volgen procedures zijn neergelegd voor het verstrekken en het tijdelijk en definitief intrekken van het bedrijfscertificaat en het beoordelen en herkeuren van bedrijven, en
d. zij beschikt over personeel dat voor het uitvoeren van de beoordelingen van de bedrijven voldoet aan de eisen, die zijn neergelegd in bijlage III bij de regeling.
2. De keuringinstantie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, ten minste vijf jaar.
3. De keuringinstantie neemt bij de uitvoering van de werkzaamheden ingevolge paragraaf 3.1van deze regeling het reglement, bedoeld in het eerste lid, onder c, in acht en voldoet bij voortduring aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid.
4. Indien de keuringsinstantie niet meer voldoet aan een of meer van haar verplichtingen, bericht zij dit onverwijld schriftelijk aan de minister.
5. De minister overlegt periodiek met alle keuringinstanties. De keuringinstanties zijn verplicht aan dit overleg deel te nemen.