BWBR0026340
Geldig vanaf 01-09-2009
Artikel 4
Beleidsregel inning bestuursrechtelijke premie Zorgverzekeringswet 2009
1. Het college draagt de invordering van de bestuursrechtelijke premie op aan het CJIB:
a. indien duidelijk is dat het college geen opdracht zal geven tot inhouding aan een inhoudingsplichtige;
b. voor zover na toepassing van artikel 3 de bestuursrechtelijke premie niet of niet geheel is voldaan;
c. indien het bestuursrechtelijke premie betreft voor verzekerden, niet zijnde de verzekeringnemer.
2. Na overdracht van de invordering, bedoeld in het eerste lid, doet het college maandelijks opgave aan het CJIB welk bedrag het CJIB moet invorderen. Het CJIB stuurt vervolgens een acceptgiro waarmee de verzekeringnemer, de bestuursrechtelijke premie kan voldoen.
3. Bij uitblijven van betaling binnen 6 weken na verzending van de acceptgiro bedoeld in het tweede lid, stuurt het CJIB éénmalig een aanmaning tot betaling binnen twee weken na verzending van de aanmaning aan de verzekeringnemer. Daarbij zal het CJIB de verzekeringnemer namens het college aanzeggen dat het college de betaling, indien de betaling uitblijft, kan afdwingen door op kosten van de verzekeringnemer invorderingsmaatregelen uit te voeren.
4. Indien na toepassing van het derde lid de verzekeringnemer de bestuursrechtelijke premie niet heeft voldaan, gaat het college, via het CJIB, over tot invordering bij dwangbevel. Het dwangbevel kan betrekking hebben op meerdere bestuursrechtelijke maandpremies die niet zijn voldaan en op toekomstige vorderingen van verschuldigde bestuursrechtelijke maandpremies.
5. Het CJIB vordert namens het college de kosten van het betekenen en ten uitvoerleggen van het dwangbevel die bij het college in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke rente, bij de verzekeringnemer in.
6. Het CJIB kan het college adviseren de invordering te staken, omdat invordering gelet op de omstandigheden waarin de verzekeringnemer verkeert geen redelijk doel meer dient. Indien de invordering is gestaakt, zal het college een jaar daarna, het CJIB verzoeken de invordering opnieuw aan te vangen, tenzij de verzekeringnemer door de zorgverzekeraar is afgemeld bij het college.
a. indien duidelijk is dat het college geen opdracht zal geven tot inhouding aan een inhoudingsplichtige;
b. voor zover na toepassing van artikel 3 de bestuursrechtelijke premie niet of niet geheel is voldaan;
c. indien het bestuursrechtelijke premie betreft voor verzekerden, niet zijnde de verzekeringnemer.
2. Na overdracht van de invordering, bedoeld in het eerste lid, doet het college maandelijks opgave aan het CJIB welk bedrag het CJIB moet invorderen. Het CJIB stuurt vervolgens een acceptgiro waarmee de verzekeringnemer, de bestuursrechtelijke premie kan voldoen.
3. Bij uitblijven van betaling binnen 6 weken na verzending van de acceptgiro bedoeld in het tweede lid, stuurt het CJIB éénmalig een aanmaning tot betaling binnen twee weken na verzending van de aanmaning aan de verzekeringnemer. Daarbij zal het CJIB de verzekeringnemer namens het college aanzeggen dat het college de betaling, indien de betaling uitblijft, kan afdwingen door op kosten van de verzekeringnemer invorderingsmaatregelen uit te voeren.
4. Indien na toepassing van het derde lid de verzekeringnemer de bestuursrechtelijke premie niet heeft voldaan, gaat het college, via het CJIB, over tot invordering bij dwangbevel. Het dwangbevel kan betrekking hebben op meerdere bestuursrechtelijke maandpremies die niet zijn voldaan en op toekomstige vorderingen van verschuldigde bestuursrechtelijke maandpremies.
5. Het CJIB vordert namens het college de kosten van het betekenen en ten uitvoerleggen van het dwangbevel die bij het college in rekening worden gebracht, alsmede de wettelijke rente, bij de verzekeringnemer in.
6. Het CJIB kan het college adviseren de invordering te staken, omdat invordering gelet op de omstandigheden waarin de verzekeringnemer verkeert geen redelijk doel meer dient. Indien de invordering is gestaakt, zal het college een jaar daarna, het CJIB verzoeken de invordering opnieuw aan te vangen, tenzij de verzekeringnemer door de zorgverzekeraar is afgemeld bij het college.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0026340
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl